Hoeveel van je jaar gaat naar werk dat een ander ook kan?
Bijna elke rekenmachine hierover vraagt wat je uur waard is. Dat is een vraag waar niemand een eerlijk antwoord op heeft, en dan rekent de machine met een verzinsel. Deze vraagt alleen hoeveel uur je kwijt bent, en geeft het antwoord in weken. Zeven weken is zeven weken, dat hoeft niemand te geloven.
Geschreven door Marc Herdes · Almere · bijgewerkt op

Het rekenwerk
Zit je hier zelf mee? Leg het me in twee zinnen voor. Ik lees het zelf.
Hoeveel van je jaar gaat op aan werk van iemand anders?
Geen vraag naar wat je uur waard is. Daar heeft niemand een eerlijk antwoord op. Alleen hoeveel uur je kwijt bent aan werk dat overdraagbaar is. De uitkomst staat in weken, want die hoef je niet te geloven.
0
volle werkweken per jaar.
Waarom weken harder aankomen dan euro’s

Omdat een bedrag altijd te relativeren is. Twintigduizend euro klinkt als iets waar je het over kunt hebben; zeven weken klinkt als een zomer. En zeven weken is precies wat het is: het aantal volle werkweken dat je dit jaar besteedt aan iets waar je niet voor nodig bent.
Het gekke is dat bijna niemand dit ooit heeft uitgerekend. Iedereen wéét dat hij te veel zelf doet. Maar zolang het per dag twee uurtjes zijn, voelt het als twee uurtjes, en niet als de twee maanden die het aan het eind van het jaar blijkt te zijn.
De uren die je leuk vindt tellen niet mee
Er staat een schuif voor. Wie op de werkvloer staat omdat hij daar ooit voor begonnen is, heeft geen lek maar een reden. Dat werk eruit rekenen is geen truc om het getal kleiner te maken: het is het verschil tussen iets wat je kwijt wilt en iets wat je niet kwijt wilt.
Wat overblijft is het deel waarvan je zelf zegt: dit doe ik omdat er niemand anders is. Dat is het enige deel waar dit gesprek over gaat.




Overdragen is niet hetzelfde als aannemen
Dat is de reflex, en het is de duurste. Voordat er iemand bij komt is de vraag welk deel van dat werk eigenlijk gedaan móet worden. Bijna altijd zit er een handeling tussen die tientallen keren per week gebeurt en die niemand ooit geteld heeft.
Ik vraag dan: welke handeling doe je meer dan vijftig keer per week? Bijna altijd is er zo’n handeling, en bijna altijd is het overtypen. Iemand aannemen om dat sneller te doen lost het niet op; het maakt alleen dat er twee mensen overtypen.
Waarom dit lek zichzelf groter maakt
Omdat je de enige bent die het bedrijf kan verbeteren, en je hebt er geen tijd voor. Elk uur uitvoerend werk is een uur waarin niemand naar het geheel kijkt. Dat is geen ramp op een dag; het is een ramp over drie jaar, en dan is het moeilijk terug te draaien.
Dat is ook waarom dit meestal niet vanzelf ophoudt. Het gaat pas weg als iemand er expliciet mee stopt, en dat voelt op het moment zelf altijd als een slecht moment.
Waar zou je beginnen?

Niet bij het grootste. Bij het vaakste. Eén handeling die tientallen keren per week terugkomt en waar geen oordeel bij hoort, is de goedkoopste om weg te nemen en de eerste die je merkt. De grote klussen die een keer per maand gebeuren komen daarna.
Weet je niet welke dat is, laat dan een week lang iedereen turven welke handeling hij meer dan tien keer per dag doet. Niet meten hóe lang het duurt, alleen turven hoe váák. Dat lijstje is het gesprek.
En als het antwoord is dat er niets moet?
Dat kan. Onder de werkweek per jaar is dit geen lek en heeft repareren geen zin. Dan schuurt er iets anders: waarschijnlijk niet het aantal uren maar wat er in die uren op je afkomt. Dat is een ander gesprek en daar helpt geen rekenmachine bij.
Twijfel je waar het bij jou zit, doe dan het spreekuur. Of kijk bij de verkeerde diagnoses of je misschien iets anders aan het oplossen bent dan wat er speelt.
Wat kwam eruit?
Stuur me het aantal weken en welke handeling het vaakst terugkomt. Ik zeg je wat ik als eerste zou wegnemen en wat dat ongeveer kost. En als mijn antwoord is dat je het moet laten zoals het is, hoor je dat ook.
Vertel me in twee zinnen wat er misgaat.
Ik lees het zelf en zeg je eerlijk of ik er iets mee kan.
Liever praten? 036 52 98 447 of marc@herdes.nl